Indonesische jongeren in Groningen

Indonesische jongeren in Groningen

Begin augustus verbleef een groep Indonesische jongeren enkele dagen in het Noorden, als onderdeel van een uitwisseling tussen Nederlandse en Indonesische doopsgezinden. Het waren dagen waarin ontmoeting, geschiedenis, geloof en ontspanning voortdurend in elkaar overvloeiden. Niet alleen vertellen hoe kerk en samenleving er aan de andere kant van de wereld uitzien, maar samen optrekken, ervaringen delen en gaandeweg ontdekken wat verbindt en wat van elkaar verschilt.

Op donderdag 6 augustus begon het noordelijke programma na een overnachting in Giethoorn (Kraggehuis) in Eelde, bij het Internationaal Klompenmuseum. Daarna reisde de groep naar Houwerzijl voor een bezoek aan de Theefabriek. Ook de locatie zelf vertelde een verhaal. De fabriek is gevestigd in een voormalige kerk en vormt daarmee een mooi voorbeeld van de manier waarop kerkgebouwen, wanneer hun oorspronkelijke functie verdwijnt, een nieuw leven kunnen krijgen. Dat thema zou tijdens het verblijf in Groningen op verschillende manieren terugkeren.

In de Theefabriek was bovendien een tentoonstelling te zien rond De Heren van de thee, naar de roman van Hella S. Haasse. Daarmee kwam ook een veel ingewikkelder geschiedenis ter sprake. Haasses boek speelt zich af tegen de achtergrond van de theeplantages op Java en raakt aan het Nederlandse koloniale verleden en aan de verhoudingen tussen Nederlanders en Indonesiërs binnen het koloniale systeem. Zo kreeg iets alledaags als een kop thee onverwacht historische diepte. Voor een gezelschap van Nederlandse en Indonesische jongeren bood dat alle aanleiding om niet alleen naar gedeeld cultureel erfgoed te kijken, maar ook naar de schaduwzijden van de geschiedenis.

’s Avonds stond in de Doopsgezinde Kerk in Groningen een ander onderwerp centraal. Tijdens een lezing en gesprek werd nagedacht over gemeente zijn in een seculiere samenleving. Voor veel Indonesische jongeren is de Nederlandse kerkelijke situatie opmerkelijk. Gemeentes worden kleiner, geloof is in het publieke leven steeds minder vanzelfsprekend en gemeenten zoeken naar nieuwe vormen van gemeenschap en presentie. Tegelijk bleken de onderliggende vragen vaak herkenbaar. Hoe geef je als jonge generatie gestalte aan geloof? Hoe blijft een kerkelijke gemeenschap levend wanneer de samenleving verandert? En wat betekent het om doopsgezind te zijn in heel verschillende culturele omstandigheden?

De groep verbleef gedurende deze dagen in de San Salvatorkerk in Groningen. Ook dat gebouw bevindt zich midden in zo’n overgang. De kerk is deze zomer aan de eredienst onttrokken en vervolgens door Nick en Jasper privé aangekocht. Daarmee kreeg het gebouw juist tijdens deze uitwisseling tijdelijk opnieuw iets van zijn oude karakter terug. Er werd geslapen, gegeten, gepraat en later ook gevierd. Een kerkgebouw dat formeel zijn liturgische functie had verloren, werd zo enkele dagen opnieuw een plek van gemeenschap en ontmoeting.

In de tussenliggende dagen bezocht men het land van Menno Simons (Witmarsum, Pingjum, Leeuwarden, etc). Op zondagmorgen kwam dat bijzonder duidelijk samen in een feestelijke, goed bezochte oecumenische viering in de San Salvatorkerk. Nederlandse en Indonesische deelnemers, samen met bezoekers uit verschillende Groningse kerken, vierden er gezamenlijk. Verschillende talen, liederen en tradities klonken naast en door elkaar. Een deel van de overweging werd bovendien in oud Nederlandse dracht voorgedragen.

Na de viering volgde een gezamenlijke lunch en daarna werd het tijd voor een heel andere vorm van culturele uitwisseling. Rond de Indonesische Onafhankelijkheidsdag op 17 augustus worden in Indonesië traditioneel allerlei wedstrijden en spelletjes georganiseerd. Diverse daarvan hebben Nederlandse wortels, maar hebben in Indonesië inmiddels een geheel eigen karakter gekregen. Tijdens een eerdere ontmoeting in 2024 bij de doopsgezinde gemeente op Bali speelden Nederlandse en Indonesische jongeren deze spellen al samen. In Groningen kreeg die traditie een vervolg.

Er werd fanatiek kroepoek gehapt, spijkergepoept en meegedaan aan andere oud Hollandse spelletjes met een Indonesische twist. De geschiedenis die Nederland en Indonesië met elkaar verbindt, is bepaald niet eenvoudig of eenduidig. Juist daarom was het mooi om te zien hoe een nieuwe generatie ook op een lichte en speelse manier tot een nieuwe verhouding komt. Niet door haar ingewikkeldheid te ontkennen, maar door er nieuwe herinneringen en nieuwe betekenissen aan toe te voegen.

Later op de middag verhuisde het gezelschap naar het terras van de San Salvatorkerk voor een barbecue. In de avond keerden ook de klompen van donderdag nog eenmaal terug. Na het bezoek aan het museum in Eelde konden de jongeren nu zelf met verf en kwasten aan de slag. Er ontstonden kleurrijke exemplaren waarin Nederlandse en Indonesische motieven soms moeiteloos naast elkaar verschenen.

Zo vormden de dagen in Groningen in het klein een afspiegeling van de hele uitwisseling. Er was ruimte voor vragen over secularisatie en gemeente-zijn, voor het koloniale verleden en de manier waarop dat tot vandaag doorwerkt, maar ook voor humor, gastvrijheid, spel en vriendschap. Juist de afwisseling tussen die verschillende lagen maakte de ontmoeting waardevol.